Paragrafen

Lokale heffingen

Beleid opbrengst en dekking

Het beleid ten aanzien van de opbrengsten en de tarieven van de in deze paragraaf genoemde belastingen en retributies voor het jaar 2025 is als volgt bepaald:

  • onroerende zaakbelastingen: inflatie 3,3% koppeling met het landelijk inflatiecijfer voor de loon-/prijsontwikkeling (CPI) volgens het Centraal Planbureau (CPB);
  • roerende belasting op woon- en bedrijfsruimten: inflatie 3,3%;
  • rioolheffing: 100% kostendekking;
  • afvalstoffenheffing: 100% kostendekking;
  • begrafenisrechten: 100% kostendekking;
  • leges: inflatie 3,3%, 100% kostendekking;
  • precariobelasting: inflatie 3,3%;
  • parkeerbelasting: inflatie 3,3% en verdeling in seizoenen;
  • toeristenbelasting: inflatie 3,3% en verdeling per nacht op een kampeerterrein en bij andere verblijfsaccommodatie.

Inflatiecorrectie
Voor de heffingen en belastingen geldt een koppeling met het landelijk inflatiecijfer voor de loon- en prijsontwikkeling van het Centraal Planbureau. Dit beleid betekent dat de onroerende zaakbelastingen, de roerende zaakbelastingen, de precariobelasting, de parkeer- en de toeristenbelasting en de leges 2025 ten opzichte van de tarieven 2024 minimaal trendmatig zijn verhoogd met 3,3%.

OZB
Er wordt gestuurd op realisatie van de te behalen inkomsten rekening houdende met de 3,3% prijsinflatie volgens de kadernota en de areaaluitbreiding als gevolg van nieuwbouw. De laatste component dient om de korting op de inkomstenmaatstaf algemene uitkering te compenseren. De grondslag voor het heffen van onroerende zaakbelastingen in 2025 is de waarde van de woningen en niet-woningen per 1-1-2024 volgens de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Op basis van de bestandsgegevens is een prognose gemaakt van de belastingcapaciteit woningen en niet-woningen 2025. In de berekeningen voor 2025 is uitgegaan van een geraamde waardevermeerdering tussen 1-1-2023 en 1-1-2024 van 3,5% voor woningen en een waardevermeerdering van 1,25% voor niet-woningen. In de begroting 2025 is zowel bij de berekening van de algemene uitkering uit het gemeentefonds als de opbrengstramingen van de OZB met deze waardeontwikkeling rekening gehouden. Daarnaast is voor 0,2% waardevermindering ingeboekt als gevolg van bezwaar en beroep voor woningen en 1% voor niet-woningen. Tevens is voor het niet gebruiken van niet-woningen een correctie van ca. 10% doorgevoerd evenals een correctie voor facultatieve vrijstellingen van ruim € 10,7 miljoen.

Rioolheffing
Voor de rioolheffing worden tarieven gehanteerd die hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Hiertoe is een overzicht van baten en lasten opgenomen inclusief een toelichting van de beleidsuitgangspunten. De kosten worden voor 40% bij de eigenaar en voor 60% bij de gebruiker verhaald. Het eigenarentarief voor de rioolheffing is gebaseerd op de WOZ waarde. Het gebruikerstarief is gebaseerd op het waterverbruik. Op 16 december 2021 is het Waterplan voor de planperiode 2022-2026 vastgesteld. Uit het Waterplan is gebleken dat er geen sprake is van 100% kostendekkendheid. Dit is reden geweest om voor de komende begrotingsjaren naast de correctie voor inflatie een extra verhoging van 1,8% door te voeren. Daarnaast is conform de wens in het coalitieakkoord de gebruikersstaffel aangepast door het zwaartepunt van de heffing te verschuiven naar de groep die jaarlijks tussen de 250 m3 en 5.000 m3 gebruikt. Zo wordt zuinig watergebruik fiscaal beloond en het principe van de vervuiler betaalt extra benadrukt.

Afvalstoffenheffing
Voor de afvalstoffenheffing geldt het beleid van volledige kostendekking. Evenals bij de rioolheffing geldt dat de geraamde baten de geraamde lasten niet mogen overschrijden. Voor het inzicht wordt verwezen naar het overzicht van baten en lasten en de bijbehorende toelichting op de beleidsuitgangspunten. De gemeente Bloemendaal heeft met Meerlanden een dienstverleningsovereenkomst afgesloten voor de huishoudelijke afvalinzameling.

Grafrechten
Ook voor de grafrechten geldt het beleid van volledige kostendekking.

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor voorwerpen die vergunningplichtig zijn, terrassen en ligplaatsen.

Parkeerbelasting
De tarieven van de parkeerbelastingen liften jaarlijks mee met de inflatie-aanpassingen. De tarieven voor het strand werden van oudsher afgestemd op de Zandvoortse tarieven. Vanaf het belastingjaar 2021 is deze koppeling los gelaten. De betaaltijden zijn t.o.v. het voorgaande belastingjaar niet gewijzigd. De realisatie van deze belangrijke inkomstenbron van de gemeente is sterk afhankelijk van weersomstandigheden en wisselende aantallen evenementen.
Indien geen, of te weinig, parkeerbelasting is voldaan, kan de gemeente een naheffingsaanslag opleggen, vermeerderd met kosten. Deze kostenopslag moet door de gemeente worden onderbouwd. De gemeente moet kunnen laten zien dat de kosten per naheffingsaanslag (op ramingsbasis) gelijk of hoger liggen dan dit bedrag. Het maximumbedrag dat voor de kostenopslag in rekening kan worden gebracht bedraagt voor het belastingjaar 2025 € 78,80. Dit bedrag groeit jaarlijks mee met het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie.

Toeristenbelasting
De tarieven van de toeristenbelastingen in Bloemendaal liften normaliter jaarlijks mee met de inflatie-aanpassingen en werden van oudsher afgestemd op de Zandvoortse tarieven. De koppeling met de Zandvoortse tarieven is met ingang van het belastingjaar 2021 los gelaten.
Naar aanleiding van de aangenomen motie in de raad van 20 april 2023 is het tarief toeristenbelasting vanaf het belastingjaar 2024 gedifferentieerd in een tarief per overnachting en in een tarief per overnachting op een kampeerterrein.

Kwijtscheldingsbeleid
De gemeente voert een kwijtscheldingsbeleid conform de Invorderingswet 1990 en e.e.a. is vastgelegd in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen.
Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen, wordt voor 100% kwijtschelding verleend indien uit een vermogenstoets en een inkomenstoets blijkt dat het inkomen gelijk is aan of minder dan het wettelijk minimuminkomen (bijstandsnorm).
Kwijtschelding wordt alleen verleend indien het een aanslag betreft voor onroerende zaakbelastingen, roerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing (alleen voor de eerste afvalcontainer, niet voor extra containers) en rioolheffing voor het gebruikersgedeelte. De overige heffingen zijn in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen uitgesloten van kwijtschelding.

Het bedrag aan kwijtscheldingen bedroeg :

Kwijtschelding

Rekening 2024

Begroting 2025

Rekening 2025

Afvalstoffenheffing

 € 82.645

€ 90.000

€ 89.540

Rioolheffing

€ 33.424

€ 45.000

€ 37.449

RZB

€        38

€          0

€          0

Totaal

 € 116.107

€ 135.000

€ 126.989

Deze pagina is gebouwd op 04/30/2026 13:28:13 met de export van 04/30/2026 13:20:47